Gedragsproblemen

Uit allerlei onderzoeken komt naar voren dat gedragsproblemen vrij veel voorkomen bij TSC. De oorzaak hiervan is, dat de aandoening invloed kan hebben op de ontwikkeling van de hersenen. De gevolgen van de aandoening zijn zeer verschillend.

Bij het overgrote deel van de mensen met TSC worden aandoeningen in de hersenen geconstateerd. In onderzoeken komt men op aantallen van 80 tot 90%. Deze aandoeningen hebben echter niet altijd invloed op het dagelijks functioneren. Mensen kunnen bijvoorbeeld verkalkte plekjes in de hersenen hebben, terwijl dit geen merkbare invloed heeft op de emotionele of intellectuele ontwikkeling. Ook hoeft er geen sprake te zijn van epilepsie.

In veel gevallen hebben de verschillende aandoeningen in de hersenen gevolgen voor het functioneren. Deze gevolgen lopen uiteen van lichte neuropsychologische problemen tot ernstige emotionele problemen en verstandelijke handicaps. Bij lichte neuropsychologische problemen gaat het bijvoorbeeld om lichte stoornissen in de concentratie. Hier valt heel goed mee te leven. Ernstige emotionele problemen en verstandelijke handicaps hebben invloed op alle gebieden van het dagelijks leven.

Als er geen sprake is van epilepsie, is de kans op een gunstig verloop van de ontwikkeling heel groot. Andersom betekent het hebben van epilepsie niet altijd dat er schade in de ontwikkeling optreedt. Precieze voorspellingen op basis van de epilepsie alleen zijn dan ook niet goed te doen. De prognose is minder gunstig bij bepaalde typen aanvallen en naarmate het tijdstip van eerste optreden vroeger is.

Speciale aandacht verdient de pijnbeleving en de mogelijkheid om pijn te uiten. Veel mensen uit deze groep kunnen wel aangeven of ze pijn hebben, maar het lukt lang niet altijd. Pijn uit zich dan vaak eerder in problemen in het gedrag. Bij opvallende gedragsveranderingen is het dan ook altijd noodzakelijk om te onderzoeken of er medisch niet iets aan de hand is.

Zie ook: Expertiseteam TSC en gedrag

Geplaatst in Dossiers.