Preventief anti-epilepticum?

Preventief anti-epilepticum?

Nieuw onderzoek in Utrecht en Amsterdam

EPISTOP
Onlangs werd een subsidie toegekend door de Europese Commissie voor een Europese multicenter studie bij pasgeborenen met tubereuze sclerose (TSC). De opzet voor deze klinische studie is tot stand gekomen door een samenwerking van 12 centra in Europa en 1 centrum in de USA. Vanuit Nederland zijn er twee centra betrokken: het UMC Utrecht (studieleider dr. Floor Jansen, kinderneuroloog) en het AMC te Amsterdam (studieleider professor Eleonora Aronica, neuropatholoog)

Doel
De studie, getiteld “Long-term, prospective study evaluating clinical and molecular biomarkers of epileptogenesis in a genetic model of epilepsy – tuberous sclerosis complex” heft tot doel ziektekenmerken, zogenoemde biomarkers, op te sporen die een rol hebben bij het ontstaan van epilepsie. Deze biomarkers bestaan uit zogenoemde klinische verschijnselen, EEG en MRI kenmerken en factoren, waaronder genetische, die in bloed worden bepaald.

Daarnaast is er een substudie waarin gekeken wordt naar het effect van starten van vigabatrine, een anti-epilepticum, zodra er afwijkingen worden gevonden op het hersenfilmpje (EEG) zelfs voordat er epileptische aanvallen worden gezien door verzorgenden of artsen. Kinderen die voor deze substudie, trial genaamd, in aanmerking komen loten voor starten van medicatie of geen behandeling. Twee jaren na start van de trial wordt gekeken of de groep kinderen die behandeld werden met vigabatrine minder vaak epilepsie hebben gekregen en zich beter ontwikkeld hebben, dan de groep kinderen die bij aanvang van de trial geen behandeling hadden gekregen.

Wie komen in aanmerking:
In deze studie zullen 100 kinderen geïncludeerd worden bij wie een zekere diagnose TSC is gesteld voor de leeftijd van 4 maanden en bij wie nog geen epileptische aanvallen zijn vastgesteld.

Wat houdt het onderzoek in:
Kinderen met TSC zullen, vanaf het moment dat ze deel gaan nemen aan de studie tot de leeftijd van 24 maanden nauwkeurig worden gevolgd. Op vastgestelde momenten zal aanvullend onderzoek plaatsvinden, bestaande uit frequente EEGs (het eerste jaar elke 4 weken en na 1 jaar elke 8 weken), neuropsychologische onderzoeken (elke 6 maanden), autisme screening (eenmalig), bloedonderzoek gericht op moleculair biologische kenmerken (bij start van deelname, bij verschijnselen van epilepsie en aan het einde van de studie) en MRI scans van de hersenen (voor de leeftijd van 4 maanden en aan het einde van de studie, bij 24 maanden).
Een deel van deze onderzoeken vinden reeds plaats in het kader van de huidige routine patiëntenzorg zoals de EEGs, de MRI scans en eenmalig neuropsychologisch onderzoek. Ook een bloedafname voor genetisch onderzoek vindt altijd plaats. De belasting voor de kinderen wordt daarom als minimaal verhoogd beschouwd.

Flow chart

Flowchart

 

De afdeling kinderneurologie van het UMCU coördineert het onderdeel van de studie waarbij gekeken wordt naar de verandering van de resultaten van de MRI scans in de eerste twee jaren. Zo wordt er o.a. gekeken naar de relatie tussen volume van de tubers, de dikte van de hersenschors, de intactheid van de witte stof (de bedrading van de hersenen) en het functioneren van het kind, d.w.z. krijgt het kind epileptische aanvallen; hoe ontwikkelt het kind zich?
De afdeling neuropathologie van het AMC coördineert het onderdeel van de studie waarbij gekeken wordt naar afwijkingen in het hersenweefsel bij die patiënten die voor een operatie in aanmerking komen, ofwel omdat ze een moeilijk behandelbare epilepsie hebben, ofwel omdat ze een groeiende reusceltumor hebben (SEGA).

Hoe willen we geschikte TSC patiënten opsporen?
Deze studie richt zich uitsluitend op pasgeborenen met een zekere diagnose TSC die nog geen epileptische aanval hebben. Allereerst is er de mogelijkheid dat een ouder met TSC een kind gaat krijgen. Deze ouder heeft 50% kans dat het kind de ziekte ook heeft. Dit kan tijdens de zwangerschap worden vastgesteld. Deze kinderen komen in aanmerking voor deelname in de studie.
Daarnaast kan het zijn dat ten tijde van de zwangerschap, bij een zogenoemde 20 weken echo, wordt vastgesteld dat het ongeboren kind een rhabdomyoom van het hart heeft. Voor dit kind is de kans groot dat het TSC heeft. Indien deze diagnose bevestigd wordt m.b.v. DNA onderzoek of een MRI van de hersenen, dan komt dit kind ook in aanmerking voor deelname in de studie.
Tot slot kan het zijn dat direct na de geboorte witte vlekken op de huid worden gezien en aan de hand daarvan de diagnose TSC wordt gesteld. Als deze kinderen nog geen aanvallen hebben komen ze ook in aanmerking voor deelname in de studie.

Verwijzing
Kinderen die geschikt zijn voor deelname aan de studie kunnen verwezen worden naar Dr. Floor Jansen, kinderneuroloog UMCU. Zij zal de ouders een brief met uitgebreide patiënten-informatie sturen. Zij zal daarna met ouders contact opnemen om aanvullende informatie te bespreken en vragen te beantwoorden.

Resultaten van de studie
De verwachting is dat na 4 tot 5 jaar de resultaten van de studie bekend zullen worden. Deze zullen worden gepresenteerd op internationale congressen en gepubliceerd in internationale tijdschriften.

Meer informatie bij: Floor Jansen, kinderneuroloog UMCU. f.e.jansen@umcutrecht.nl

Geplaatst in Dossiers, Lopende onderzoeken, Onderzoeken.